Ziektes\Cystinose

Cystinose

Metabool defect: verminderde efflux van cystine  

Andere transportstoornissen: mucolipidose IV | infantiele-siaalzuurstapelingsziekte | ziekte van Salla

Etiologie en pathogenese 1
Verminderde efflux van cystine door de lysosomale membranen leidt tot intralysosomale ophoping van vrij cystine.

Afbeelding sleutelsymptomen

Afzetting van Cystinekristallen
Afzettingen van cystinekristallen

Credits afbeelding: Afzettingen van cystinekristallen beschikbaar gesteld door Kleta et al., Mayo Clin Proc.

Klinische beschrijving en progressie/prognose 1
Ophoping van cystine leidt tot cystinekristallen in cornea, conjunctiva, beenmerg, lymfeknopen, leukocyten en inwendige organen. Er zijn drie vormen van cystinose:

•    Infantiele (nefropathische) - leidt tot fanconisyndroom en nierinsufficiëntie in de eerste tien levensjaren. 
     Groeivertraging, braken, koorts,vitamine-D-resistente rachitis, polyurie, dehydratie en metabole acidose zijn doorgaans zichtbaar
     op een leeftijd van 4-6 maanden. Fotofobie is doorgaans aantoonbaar binnen de eerste levensjaren; degeneratie van de retina kan zelfs 
     nog eerder optreden. Overlijden door uremie of intercurrente infectie gebeurt meestal vóór de leeftijd van 10 jaar.

•    Juveniele - oculaire en renale verschijnselen zijn milder dan bij de infantiele vorm en manifesteren zich op een leeftijd tussen de 10 en 
      20 jaar. Doorgaans geen fatale afloop.

•    Adulte (benigne) - met cystineafzettingen in de cornea maar niet in de nieren. Fotofobie, hoofdpijn en brandend gevoel of jeuk in  
     de ogen zijn de belangrijkste indicaties. Geen fatale afloop.

Overervingspatroon: autosomaal recessief
Incidentie: 1 op 192.000 levendgeborenen2
Diagnose: verlies van voedingsstoffen in de urine; cystinemeting in leukocyten; typische cystinekristallen bij onderzoek van de cornea met spleetlamp3
Aandoeningen met vergelijkbare presentaties: ziekte van Wilson, het oculocerebrorenaal syndroom van Lowe, galactosemie, glycogeenstapelingsziekte type I, tyrosinemie type I3
Behandeling: geen ziektespecifieke behandeling beschikbaar
Overige medische zorg: 4 symptoombehandeling. Nierziekte wordt behandeld als bij andere vormen van chronisch nierfalen. Vrij thiolcysteamine vertraagt de progressie van nierdysfunctie, verbetert de groei en lost cystinekristallen in de cornea op. Nierdysfunctie blijft echter geleidelijk voortzetten. Niertransplantatie is succesvol gebleken; getransplanteerde patiënten ontwikkelden geen fuctionele afwijkingen van cystinose in getransplanteerde organen.

Tekenen en symptomen

Renaal

  • Uitsluitend infantiele en juveniele vorm
  • Fanconisyndroom (gegeneraliseerde proximale tubulaire dysfunctie):
  • Episodes van braken, dehydratie, zwakte en onverklaarde koorts
  • Anorexie, constipatie
  • Polydipsie en polyurie
  • Slechte groei en welvarendheid
  • Rachitis
  • Cystinose - chronisch nierfalen (CRF) leidend tot nierfalen in eindstadium

Oculair

  • Refractiele polychromatische kristalafzettingen in de conjunctiva, cornea, sclera en choroidea
  • Perifere retinopathie (beginnend op een leeftijd van 5 weken)
  • Hypo-gepigmenteerde fundi met fijne tot grove, ongelijkmatige pigmentatie
  • Fotofobie


Overige bronnen
:

www.genetests.org
www.emedicine.com  

Literatuurverwijzingen
1. www.seychelles.net/smdj/95issue/short_reports.htm
2. Meikle PJ, Hopwood JJ, Clague AE, Carey WF. Prevalence of Lysosomal Storage Disorders. JAMA. 1999; 281: 249-254.
3. Kleta, Robert, MD, PhD; Gahl, William A, MD, PhD. “Cystinosis.” www.genetests.org. Updated 6 June 2003.
4. www.cystinosisfoundation.org/Documents/CystinosisNEJMarticle.pdf

 

Laatste wijziging op 30 mei 2008